donderdag 24 juli 2008

Laatste happen Nasi Goreng


Als je leest via Hyves worden leestekens veranderd. Waarom weet ik niet. Je kan ook lezen op mijn Blogger site

Bergen, water en lucht... wat een heerlijkheid in Indonesië.
Met vele mooie indrukken achter de rug geven de meer dan 17.000 tropische eilanden van Indonesië een bijzonder karakter aan mijn reis. Met nog iedere dag zwarte voeten van het stof van de vulkaan Rinjani in mijn schoenen, boekte ik mijn 4-daagse toer op de boot van Lombok naar Labuanbajo, Flores.

Recept: men verzamelt 40 toeristen, drie vijftig jaar oude vissersbootjes omgebouwd tot cruise schip.
Voordek: verblijfplaats overdag. Achterdek boven de stuurhut: 15 mans hut. Als toefje op de pudding plaatst men een grasmaaiermotor op de kielbalk van het scheepje en op het voordek een van vuilniszak gefabriceerde fok. De kapitein bereidt 3 keer per dag een andere variant van Nasi Goreng, ik ben er niet vies van, heerlijk zelfs! Zorg wel dat je tussen de meest romantische eilanden met witte stranden met bewoners: de oudste reptielen van de wereld, door vaart...

Resultaat: schattig scheepje, heerlijk eten en een boottrip die ik niet snel meer zal vergeten.

We zouden reizen met 3 boten zoals ik al zei. Er waren nog wat wisselingen van bezetting tussen de boten en op een vrij natuurlijke manier werd de verdeling van passagiers gemaakt. Boot A: bejaard. Boot B: in de overgang en boot C: je raadt het al, het jonge gespuis waaronder 1 bejaarde. Ik: opa.

In de bus naar de boot bleek ik naast een Nederlands stel te zitten, Jeanette en Dinand. JenD op reis. Net klaar met de studie. Nyenrode, de wereld is echt niet zo groot als hij lijkt. We kletsten over de huidige stand van zaken en ik besefte mij dat de tijd niet zo snel gaat als het lijkt… Alles nog steeds het zelfde. Twee nuttige conclusies in een paar minuten. Reizen is mooi.

Vlak voor het afmeren klauterden er nog snel 3 Nederlanders op het schip. Olf, Daan en Wout. Programma van de boys: op een korte variant van mijn wereldreis: 3 maanden Indonesië.

De boottrip was geweldig. Eindelijk na 9 maanden even in een varende enclave, heerlijk de hele dag Nederlands praten. De rest van het varende gezelschap was redelijk gezellig, een paar Amrikanen, Britten en Kroaten. Op de teleurstelling van een paar gestolen Coca Cola en sinasappelen na, verliep de reis voorspoedig.
De hoogtepunten waren het zwemmen naar onbewoonde eilandjes, frisbeeën op het strand, berg beklimmen en op de top biertjes drinken. Wel een warm biertje, want na drie dagen is het ijs in de vrieskast van piepschuim wel gesmolten… maar dat mocht de pret niet drukken. Biertje=biertje. De absolute toppers waren Rinca en Komodo met haar bewoners, de Komodo draak, of varaan.

Alles wat je over de Komodovaraan kunt vertellen is indrukwekkend. Zijn oorsprong, zijn lengte, zijn slangentong, zijn onderkaak en zijn giftig speeksel. Het eiland Komodo leidde lang een onopgemerkt bestaan tussen de grotere eilanden Sumbawa en Flores. Het grillig gevormde Komodo was met zijn kale en droge heuvels ook niet geschikt voor landbouw. Volgens de toenmalige machthebbers deugde het slechts als ballingsoord voor hun criminelen. Zo is het enige dorp, Kampung Komodo, ontstaan. Het bevindt zich in de oostelijke inham van het eiland en herbergt enkele honderden nazaten van de eerste inwoners. Ze leven van visserij, voornamelijk op inktvissen, en richten de blik vooral zeewaarts. Op de rest van het eiland wagen zij zich niet. Daarvoor hebben zij te veel respect voor hun legendarische medebewoner, die hen in aantal overtreft: de Komodovaraan. Onlangs werd er nog een locaal meisje door een Komodovaraan aangevallen en kwam om het leven. De Komodo’s kwamen in 1911 voor het eerst in het nieuws. De Nederlander Van Hensbrack ving tijdens een expeditie met het KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger) op Komodo enkele exemplaren en bracht ze naar 's Lands Plantentuin in Buitenzorg, het huidige Bogor. Geruchten over zeven meter lange draken deden al enige tijd de ronde, nadat parelduikers op Komodo hadden aangelegd en een glimp opvingen van de reusachtige dieren. P.A. Ouwens, curator van de Tuin, onderzocht de 'draken' en concludeerde dat het varanen waren: hoogontwikkelde hagedissen die goed kunnen klimmen, zwemmen en lopen. Varanen komen op vele plaatsen in de wereld voor, maar zijn nergens zo groot als op Komodo. De dieren waren geen zeven meter, maar haalden toch makkelijk een lengte van drie meter. Het belang van de ontdekking werd snel erkend. De Komodovaraan stamt waarschijnlijk af van de dinosaurus. Fossielen voeren terug tot het vroege Eoceen, zo'n 60 miljoen jaar geleden. De poten zijn voorzien van scherpe klauwen, maar zijn machtigste wapen is zijn speeksel. Dat is zo giftig dat hij er elke prooi mee kan vellen. Een beet van een varaan heeft een gevaarlijke infectie tot gevolg. Omdat het dier een sterk reukorgaan bezit en bij het jagen afgaat op de geur van bloed, draagt de parkwachter die bezoekers begeleidt, altijd een gevorkte stok bij zich om eventueel aanvallende varanen te stuiten.Varanen brengen hun eerste levensjaren in een boom door, omdat ze anders kans lopen ten prooi te vallen aan hun moeder of een ander vraatzuchtig volwassen exemplaar. Pas als ze door hun gewicht uit de boom vallen, leven ze beneden verder. (bron:http://www.djoser.nl/rondreis_indonesie/_magazine/669/)

Na 4 dagen kwamen we aan in Labuanbajo. Een ingeslapen stadje op de Westelijke punt van Flores. De bevolking is vriendelijk en valt je niet lastig. Overigens, dat is opvallend van Indonesië, het gedrag verschilt van eiland tot eiland. Ook al ligt er maar 5 mijl tussen twee eilanden. De cultuur, gedrag en geloof kan totaal afwijkend zijn.
We zouden de volgende dag vertrekken met de ferry naar Sumbawa. Een vijf uur varen.

Je raadt het al, de ferry bleek de komende dagen niet te varen. Na lange onderhandelingen versierden we een plekje op een behoorlijke vissersboot met een stevige motor. Dat beloofde veel goeds. Aangezien deze boot uren later vertrok, was de aansluiting met onze bus naar Lombok discutabel, echter de kapitein was overtuigd dat we de aansluiting niet zouden missen.
Bij het starten van de indrukwekkende motor knapte de V-snaar. Waarom zou je een reserve snaar meenemen als de huidige al vijf jaar meegaat? Zeker als de stromingen tussen de eilanden verraderlijk zijn en de trade wind altijd richting het zuiden (Australië) blaast? Juist, daarom dus! Gelukkig brak de snaar in de haven en werd er binnen afzienbare tijd door de tweelingbroer van Patrick kluivert wederom alternatief vervoer geregeld… deze stap was alleen misschien een brug te ver….

We zouden met een watertaxi naar de andere boot worden gebracht. Nadat we 10 minuten in het veel te kleine bootje met veel te veel mensen achter een eilandje buiten de haven lagen te dansen op de aanzienlijke golven, werd het ons duidelijk. Patrick deed niet onder voor zijn naamgenoot en was een net zo grote zwendelaar. De havenbelasting werd omzeild en de kapitein van de watertaxi kreeg het benauwd… Of we even op het strand wilden wachten…? Haha, NEE..! Na een half uur doemde een houten scheepje op. De Kleine Kapitein pikte ons op. Met 40 locals, 100 kilo fish paste voeren wij een zee op, die steeds wilder werd.
Terwijl de kots ons om de oren vloog realiseerden we ons, dat niemand wist dat we op dit scheepje zaten en dat we dus niets anders konden doen dan hopen op een veilige thuishaven…

De golven werden groter en groter, de wind nam toe en de Kleine kapitein, rookte peuk na peuk in zijn stuurhutje zonder radio. Aangezien zijn scheepje wel was aangeleverd met de authentieke grasmaaier echter zonder licht, kwamen de vuurtorens op Sumbawa prima uit. Na een korte discussie tussen de kleine kapitein en zijn vrind bepaalden ze welke vuurtoren het moest zijn en al in het donker pruttelden we het laatste stuk open zee op tussen Komodo en Sumbawa. Onze haren, kleren en tassen werden verder doordrenkt met zeewater en fish paste (pastij van vermaalde gedroogde vis). Het was een helse tocht. Liters water sloegen over de passagiers heen.
Toen ik weer signaal kreeg op mijn GSM, was ik toch wel erg blij. Dit nooit meer. We waren gered van een stuk drijfhout richting Australië.
We wisten bij vertrek niet dat we illegaal op het overladen scheepje zaten, dus voorkomen was geen optie geweest, maar toch… gewoon geen wateravonturen meer op deze manier. Om 23:00 arriveerden we in de haven na een helse tocht van 9 uur i.p.v. 5 uur… gelukkig was iedereen in orde en stonden we op de kade na te rillen en nog door te deinen op de golven.

Hoe een paradijselijke tocht kan eindigen in een helse overtocht….

We stapten de volgende dag in de bus naar Lombok.

KLIK voor de foto's van dit avontuur

Geen opmerkingen: